250x160 fort sint pieterVauban schreef in 1672 een handleiding over belegeringsoperaties, waarin veel aandacht voor naderingsloopgraven die zigzagsgewijs werden gegraven om zodoende niet vanuit de vesting te worden beschoten. Toen begin 1673 Lodewijk XIV naar Maastricht oprukte werd deze techniek voor het eerst toegepast. Na een beleg van 2 weken werd op 30 juni 1673 de chamade, een trommelsignaal, geslagen, met als doel aan te geven dat men in onderhandelingen wilde t.a.v. de voorwaarden bij de capitulatie van Maastricht. Deze snelle verovering was enerzijds het gevolg van de nieuwe aanvalstechniek anderzijds door het opstellen van twee geschut batterijen op de Sint-Pietersberg. Zo werd het aanvalsfront bij de Tongersepoort van opzij ondersteund, op 16 en 17 juni op 600 meter buiten de vestingrand en op 20 en 21 juni op 500m buiten de vesting. De Fransen konden hun kanonnen verplaatsen richting de omwalling om zodoende het dekkingsvuur te versterken. Kortom middels de snelle verovering van Maastricht werd pijnlijk aangetoond dat de St. Pietersberg van grote strategische betekenis kon zijn bij een aanval op Maastricht.

De Tongersekat, een verhoogde geschutsopstelling die tijdens de Franse aanval plaats bood aan 4 kanonnen werd op last van de Fransen zodanig uitgebreid dat er plek kwam voor 12-14 kanonnen. De Vrede van Nijmegen in 1678 maakte Maastricht wederom tot een deel van de Republiek.
De dreiging vanuit Frankrijk nam toe en de Staten Generaal besloot dat er een vestingwerk werd aangelegd op de St. Pietersberg dat in 1702 moest zijn voltooid. Van Dopff ontwierp het fort net zoals hij enkele jaren eerder al Chateau Neercanne had ontworpen en herbouwd.

Fort of citadel?

Het doel van een citadel bestaat uit het in bedwang houden van de burgerij van de stad. Ook na de val van een vesting kon een citadel onafhankelijk weerstand blijven bieden. een citadel was dus naar alle zijden verdedigbaar. Er was dan ook een vestingfront gericht op de stad. Maastricht heeft nooit een citadel gehad. Het fort maakte deel uit van de verdedigingswerken. In oorlogstijd kon het zelfstandig opereren.
Het fort St. Pieter heeft een 5 hoekige plattegrond. De keel- of stadszijde is 43 meter de beide flanken 39 meter en de naar de vijand gekeerde zijden, de facen , 58 meter. Het onderste deel van de muur bestaat uit mergelblokken. Het bovenste gedeelte van de muur bestaat uit baksteen en mergelkettingen. In eerste instantie was het fort 8 meter hoog gerekend vanuit de gracht. In de rechterflank werden 8 kanonnen gericht op het westelijk front voor de Tongersepoort. In de linkerflank slechts 4 want men verwachtte dat de inundatie in het zuiden-oosten voldoende afweer bood en de hoge fronten in het westen meer steun behoefden.
De geweerschietgaten in de rondgaande galerij werden in twee rijen boven elkaar aangebracht. Elk schietgat geeft de mogelijkheid om naar 3 richtingen te schieten. Zo kon men de vijand met spervuur proberen te bestrijden. In het hart van het fort werden magazijnruimtes gebouwd, bedoeld om in oorlogstijd te dienen voor opslaan van een voorraad aan munitie. Om te zorgen dat geen vonken deze ruimtes konden bereiken moesten er constructies gemaakt worden. De voorraadruimtes waren t.g.v. hun hoge luchtvochtigheid totaal ongeschikt voor het langdurig bewaren van kruit laat staan etenswaar. Toen het fort gebouwd werd lag de meest nabije ingang tot de mergelgroeven welke tot onder het fort reikte op 100 meter aan de Mergelweg. Deze ingang is in 1917 ingestort t.g.v. natuurlijke erosie. In het fort werd een waterput aangelegd waarnaast een wenteltrap met 90 treden en in de mergelgalerij beneden nog eens 18 treden. De bodem van de put lag 2 meter onder het grondwaterniveau.
Tsaar Peter de Grote komt op 27 en 28 juli in 1717 vanuit Aken naar Maastricht. Hij werd verwelkomd met 3 maal honderd kanonschoten vanaf de vesting. Hij bezocht het fort en de mergelgrotten daaronder.
De mergelgroeven die onder het fort lagen leverden t.g.v. van spontane verzakkingen en instortingen een gevaar op voor het fort. De verzakking in oktober 1817 kan worden toegeschreven dan de gevolgen van een explosie in 1794 .Daarnaast waren er natuurlijk verdediging technische problemen. Om de ingestorte saillant opnieuw te kunnen opbouwen werd een 24 m. lange funderingspijler tot op de bodem van de mergelgroeve gefundeerd.
Vroeger heeft fort st pieter een stelsel van mijngangen gehad die zich vanuit de caponnière voor de saillant uitstrekte onder de bedekte wegen en het glacis in de richting van het plateau op de berg. Vanuit een nis in de caponnière konden zonodig mijngalerijen gegraven worden. In 1747 kreeg fort St. Pieter net als de overige 26 verdedigingswerken een stelsel van 3 fougasgalerijen (gangen die kort onder de oppervlakte lagen voor de uitspringende hoeken v.d. vesting). Elke galerij was voorzien van een aantal mijnovens waarmee delen van het glacis konden worden opgeblazen.
In de jaren 1755-1756 kwam daar een gemetselde galerij bij. Deze galerij liep in het verlengde van de noord-zuid-as van het fort naar het zuiden dus. Tijdens het beleg van 1794 werden voor het fort Sint Pieter galerijen gegraven die zich verder vertakten en met houtwerk werden gestut.


Het geheimzinnige doolhof onder het fort hield gevaren in voor de verdedigers. Het fort kreeg het in 1794 zwaar te verduren toen het Franse revolutionaire leger de stad belegerde. Op 29 oktober bleek op de Louwberg ( een gedeelte van de Cannerberg) een Franse kanonbatterij geïnstalleerd die met haar kanonnen het fort onder vuur nam. De kanonnen die op het fort stonden bleken niet in staat om het de Franse kanonbatterij onder vuur te nemen omdat ze niet daarop gericht konden worden (dode hoek). Op 31 oktober bleken de Fransen ook in de mergelgangen de overhand te krijgen. Ze plaatsten een mijn onder het fort en de ontploffing daarvan veroorzaakte veel rook en kruitdampen. Niet door de beschadigingen aan het fort maar doordat het geschut vrijwel geheel werd uitgeschakeld en de Fransen er in slaagden het fort van de stad te scheiden werd uiteindelijk gecapituleerd. De Fransen probeerden het fort in zijn geheel op te blazen hetgeen echter mislukte. De caponnière voor de saillant van het fort met de daarbij behorende mijngalerijen stortte in. De rechter face werd ernstig beschadigd. In 1817 stortten een aantal mergelgangen in en werden alle mijngangen ontoegankelijk, waarschijnlijk als gevolg van de explosie uit 1794.
Deze instortingen en beschadigingen noodzaakten het Koninkrijk der Nederlanden om het fort te moderniseren. Omdat het fort vlak onder het maaiveld van het bergplateau ligt, werden in de jaren 1816-1821 de muren ongeveer drie meter opgetrokken, de beschadigde face werd gerepareerd, ter vervanging van de ingestorte caponnière voor de saillant werden 4 nieuwe caponnières gebouwd (op iedere schouderhoek en op iedere keelhoek een). Dit had gevolgen voor de kanonschietgaten in de flanken. Men moest 4 kanonschietgaten laten vervallen aan de rechterflank en links werden er 2 verplaatst. Bovenop het fort bouwde men een kanonkazemat voor 12 stukken, iets lager een opstelling voor 3 mortieren. Vanwege al deze vernieuwingen moesten enkele bogen aangelegd worden ter versteviging van de binnenzijde van het fort. Door die uitbreiding werd de vuurkracht aanzienlijk opgevoerd en kon een ruimer voorterrein bestreken worden.
De modernisering van het fort vond plaats in de periode van 1815-1822. Napoleon verscheen immers opnieuw op het strijdtoneel en dat betekende alarm. Fort sint pieter werd met aarde opgehoogd en bovenop werden 2 houten geschut batterijen aangelegd. In 1816 volgden de reparaties aan de buitenmuren , daarna werden die 3 meter opgehoogd om het terrein in het zuiden beter te kunnen bereiken. Boven op het fort kwamen twee geschutsbatterijen en drie mortier opstellingen. Deze drie mortierkazematten zijn via een poterne vanuit het terreplein toegankelijk. Helemaal bovenop kwamen 12 kanonkazematten en een kruitkamer.
Na 1867 verloor het fort zijn militaire functie en werd in een veiling verkocht aan Laurentius Straetmans uit Gronsveld. Deze meelfabrikant was door zijn huwelijk ook al in het bezit gekomen van hoeve Lichtenberg op de Sint Pietersberg en huize Hoogenweerth in Heugem . Fort Sint-Pieter is na 1867 gedeeltelijk gesloopt, maar biedt, hoog tegen de bergtop gelegen een imposante aanblik.
De gemeente kocht het fort op 13 februari 1919 en in 1935 kon er een uitspanning gemaakt worden.
In de jaren 1940-1945 is een uitkijkpost bovenop het fort in gebruik geweest bij de luchtbeschermingsdienst, een gemeentelijke organisatie die o.a. tot doel had de burgers tijdig te waarschuwen bij luchtaanvallen. In 1953 kwam daarbovenop een tweede uitkijkpost die door de BB werd gebruikt. Deze is afgebroken in 1963.

Vanaf 2006 zijn ingrijpende restauratiewerkzaamheden aan het fort uitgevoerd. Nu is het fort eigendom en juweel van Natuurmonumenten. Bij de aanleg van een ingegraven parkeergelegenheid werd een put gevonden en wacht op herstel. Door de restauratie in de voorbije jaren is een nieuw sieraad aan het monumentale erfgoed van de stad toegevoegd.
Voor meer info verwijzen wij graag naar het boekje Fort Sint Pieter uit de serie Maastrichts silhouet en voor groepsbezoeken verwijzen we naar de rubriek rondleiding op deze site.

.